Cambuur eindelijk uit de schaduw

LEEUWARDEN - Het was al na twaalven toen Johan Westermeijer vorige week donderdag in de nog altijd volle businessclub van SC Cambuur de evergreen My way inzette.

afbeelding vergroten

De fans van Cambuur zijn overtuigd van de aanstaande promotie.

FOTO PRO SHOTS

Dat het bandje met de muziek onvindbaar was, vormde voor de zakenman geen belemmering. Dan maar a capella.

Vrijwel alle aanwezigen, die hun teleurstelling van de 0-0 tegen Roda JC al met een paar biertjes hadden weggespoeld, zongen uit volle borst mee.

Typisch Cambuur. Organisatorisch haperde er de afgelopen decennia wel meer, maar aan enthousiasme en passie geen gebrek in Leeuwarden. Aan gezelligheid ook niet trouwens.

Jan Riedstra, de plotseling overleden ‘suikeroom’ van de club, zou het afgelopen donderdagnacht niet anders hebben gewild. My way, zijn vaste verzoeknummer tijdens een avondje stappen, was een dag eerder bij zijn begrafenis in de Grote Kerk in Leeuwarden ook vertolkt. Door diezelfde Westermeijer, bij die gelegenheid geholpen door Lee Towers.

Het spontane eerbetoon na afloop van het eerste play-offduel met Roda was niet het enige huldeblijk dat Riedstra ten deel viel. Op de tribunes in Leeuwarden leeft de man die Cambuur samen met drie bemiddelde vrienden drie jaar geleden van de ondergang redde, sinds het begin van de play-offs voort. Daar begrijpt iedereen de wrange speling van het lot. Riedstra is dood, Cambuur springlevend.

En hoe. De gekte rond de club is immens. Cambuur speelt vanavond (aftrap 20.45 uur) voor de vierde keer op een rij in een stadion dat met 10.200 toeschouwer stijf uitverkocht is. Winst op Roda JC betekent een terugkeer naar de eredivisie, waarin de club slechts twee keer een periode van twee jaar (1992-1994 en 1998-2000) speelde. En dus stonden er de afgelopen weken weer ouderwets rijen voor de kassa’s aan het Cambuurplein, waar supporters met liefde uren op een kaartje wachtten.

Het voetbalmaffe Leeuwarden snakt naar succes. Waar de gehate provinciegenoot uit Akkrum-Zuid (de naam Heerenveen krijgt een echte Leeuwarder moeilijk uit zijn strot) in de jaren 90 gestaag de weg omhoog volgde, was het in de hoofdstad van Friesland behelpen met incidenteel succes. En dan te bedenken dat Cambuur halverwege de jaren 80, toen beide clubs elkaar weinig ontliepen, meer potentie leek te hebben dan de eeuwige rivaal.

Cambuur en Heerenveen delen dezelfde provincie, maar hebben verder niets met elkaar. De toeschouwers in het Abe Lenstra Stadion, die bij de tegenpool minachtend worden gezien als verwend theaterpubliek, staan braaf op als de blaaskapel voor de wedstrijd het Friese volkslied speelt. In arbeidersstad Leeuwarden (zelfverklaard ‘anti-Fries’), waar de primaire emotie met al zijn voor- en nadelen regeert, wordt het fanatieke publiek opgewarmd door lokaal wereldberoemde volkszangers die luisteren naar namen als Joepie en Ricky. De voertaal op de tribunes is geen Fries, maar Liwwadders.

„Heerenveen is een provincieclub,’’ zegt Cambuur-directeur Alex Pama (foto onder) over het cultuurverschil. „Wij zijn een echte volksclub en daar heb je in Nederland maar een paar van. Feyenoord, ADO, FC Groningen, FC Utrecht, NAC en Cambuur, dan houdt het wel op.

„Dat zijn de mooiste clubs, want ook als het slecht gaat, zit het er vol. Maar het zijn ook de moeilijkste om te besturen, omdat volksclubs nu eenmaal leven op emotie.’’

Never a dull moment dus, maar de eeuwige onrust en het gebrek aan geduld stonden de club ook in de weg. In Heerenveen zorgden beleid en continuïteit voor succes. Die noodzakelijke rust was in de Leeuwarder bestuurskamer, jarenlang een duiventil, ver te zoeken. De geslaagde zakenman Riedstra werd er moedeloos van en bleef daardoor lange tijd weg bij Cambuur. Toen zijn club het water aan de lippen stond en smekende supporters bij hem in de tuin stonden, stak hij echter de helpende hand toe.

„Men deed hier maar wat,’’ zegt Pama, die de club de afgelopen drie jaar samen met Riedstra runde. „Maar je moet wel een richting hebben.’’ Pama zal zijn overleden sparringpartner missen, maar is ervan overtuigd dat Cambuur ook zonder hem straks in een nieuw stadion kan uitgroeien tot een volwaardige eredivisieclub. In Leeuwarden is men er in elk geval van doordrongen dat succes inzicht en een lange adem vergen.

Ook de fans beseffen dat. „SC Cambuur promoveert, is het niet nu dan volgend jaar,’’ is niet voor niets de nieuwe stadionhit.